“Mijn werk geeft me zoveel voldoening en vreugde
dat het als een medicijn voor me is.”

Pater in Afrika wilde ik worden

Mensen helpen en rondrijden in een jeep. Op het seminarie kwam ik erachter dat mijn roeping niet zo sterk was als ik had gedacht. Een psychologische test wees uit dat het Sociale Academie of Fysiotherapie moest worden. Dat laatste leek me machtig interessant. Ik liep een dag met een fysiotherapeut mee en was om. Schoorvoetend liet ik ze zien waarop me werd gezegd dat ik voor het vak geboren was. Ik heb grote handen waardoor ik patiënten goed kan vastpakken en ze niet kunnen ‘ontsnappen’.

De opleiding aan de St. Maartenskliniek heeft me vanaf het begin getrokken en getroffen

Ik vond het een boeiende studie, had gedreven docenten en het ging me voor de wind. Ik raakte in contact met Joep Essink, de oprichter van het Rugcentrum. Op de een of andere manier zag hij iets in mij. We waren een twee-eenheid en vraten elkaar. Daar kwam na vijf jaar ruw een eind aan toen Joep verongelukte. Mijn wereld stortte in en al snel besefte ik dat ik zijn werk wilde voortzetten en ging de knop om.

Als er geen klik is met een patiënt en hij of zij geen vertrouwen in me heeft, werkt het niet

Wanneer ik voel dat er tijdens de behandeling minder spanning in iemands lichaam komt, heb ik mijn werk goed gedaan. Door te luisteren, te praten en telkens goed te onderzoeken probeer ik in contact te komen met de patient. Mijn grote leermeester dr. H. Hoevenaars heeft ooit gezegd : ”iedere patient vertelt zijn verhaal maar je moet het wel horen“ en hij heeft mij ook klinisch leren denken om zo tot een goede diagnose te komen.